Een omgevingsvergunning voor huisvesting in verband met pré-mantelzorg in een pré-mantelzorgwoning voor de duur van maximaal 10 jaar, kan worden verleend mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
er moet sprake zijn van een sociale relatie tussen de pré-mantelzorgverlener(s) en de pré-mantelzorgbehoevende(n);
de pré-mantelzorgwoning en het hoofdgebouw dienen op hetzelfde bouwperceel te zijn gesitueerd en gesitueerd te blijven;
een pré-mantelzorgwoning kan uitsluitend ten behoeve van de pré- mantelzorgbehoevende(n) worden gerealiseerd;
huisvesting in verband met pré-mantelzorg wordt aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw;
de pré-mantelzorgwoning kan in geen geval leiden tot een permante woonbestemming en/of worden aangemerkt als een permanente woning;
er moet een redelijke verwachting zijn dat binnen 10 jaar na het verkrijgen van de omgevingsvergunning een vergunningvrije mantelzorgsituatie ontstaat zoals bedoeld in bijlage II van het Bor;
een redelijke verwachting als bedoeld in lid f van dit artikel, wordt onderbouwd met een verklaring van een onafhankelijke arts -niet zijnde de eigen huisarts-, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur. Daarnaast wordt het bereiken van de 75-jarige leeftijd beschouwd als een moment waarop er sprake is van een redelijke verwachting als bedoeld in lid f van dit artikel;
de partner van een pré-mantelzorgbehoevende met een leeftijd van 75 jaar, die zelf nog niet de leeftijd van 75 jaar heeft bereikt en niet pré-mantelzorgbehoevend is, mag ten hoogste 5 jaar jonger zijn in het geval beiden niet in het bezit zijn van een verklaring als bedoeld in lid g van dit artikel;
de omgevingsvergunning wordt verleend voor de periode tot de pré-mantelzorgsituatie ophoudt te bestaan met een maximum van 10 jaar;
de pré-mantelzorgsituatie houdt op te bestaan als:
de pré-mantelzorgbehoevende(n) dan wel pré-mantelzorgverlener(s) komt/komen te overlijden;
de pré-mantelzorgbehoevende(n) dan wel pré-mantelzorgverlener(s) verhuist/verhuizen;
de achterblijvende partner van de pré-mantelzorgbehoevende niet op eigen titel een beroep kan doen op een pré-mantelzorgwoning;
een vergunningvrije mantelzorgsituatie ontstaat zoals bedoeld in bijlage II van het Bor;
de pré-mantelzorgsituatie anderszins niet in overeenstemming is gaan afwijken van de voorwaarden uit deze beleidsregel;
na beëindiging van de pré-mantelzorgsituatie mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden als woning en moeten, in het geval het bouwwerk niet wordt verwijderd, voorzieningen als een badkamer, een keuken, een slaapkamer e.d. binnen 26 weken verwijderd worden. Uitzondering hierop is de mantelzorgsituatie als bedoeld in lid j, onder iv, van dit artikel;
van wijzigingen (zoals de beëindiging) van de pré-mantelzorgsituatie wordt binnen 4 weken melding gedaan bij de gemeente;
de pré-mantelzorgwoning kan gerealiseerd worden;
in legaal aanwezige bestaande bebouwing; of
in nieuw te bouwen bebouwing die:
past binnen de bebouwingsmogelijkheden op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan; of
stedenbouwkundig en ruimtelijk aanvaardbaar wordt geacht door het bevoegd gezag en waarvoor met toepassing van een afwijkingsbevoegdheid een omgevingsvergunning kan worden verleend; of
past binnen de vergunningvrije bouwmogelijkheden die het Bor biedt.
met inachtneming van de bouwregels in het ter plaatse geldende bestemmingsplan dan wel met een toegepaste afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in lid m, mag de maximum oppervlakte van aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen die worden gebruikt als pré-mantelzorgwoning inclusief bijgebouwen ten behoeve van de pré-mantelzorgwoning per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m²;
de pré-mantelzorgwoning moet voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit;
de pré-mantelzorgsituatie mag niet leiden tot onevenredige nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat en/of voor de gebruiksmogelijkheden op het bouwperceel en van aangrenzende percelen;