Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7.

Inspraak

Onderdeel van Participatieverordening Leidschendam-Voorburg 2023

Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van beleidsvoornemens. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. Bij een besluit tot het verlenen van inspraak wordt de te volgen inspraakprocedure beschreven en bepaald voor wie, in welke mate en onder welke voorwaarden inspraak mogelijk is. Indien besloten wordt tot het afzien van inspraak wordt dat gemotiveerd. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. Bijlage I bevat een samenvatting van de afspraken over de rolverdeling tussen raad en college bij de totstandkoming van beleidsnota´s en verordeningen van de raad en het daarbij behorende inspraakproces. Het bestuursorgaan kan afzien van de mogelijkheid om inspraak te bieden indien er aan de voorkant al voldoende gelegenheid is geboden tot participatie in de zin van de artikelen 4 tot en met 6 van deze verordening, tenzij inspraak wettelijk verplicht is. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een inspraakverslag op. Dit verslag bevat in elk geval: een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; een weergave van de inspraakreacties die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; een reactie op de inspraakreacties, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. Het bestuursorgaan maakt het inspraakverslag openbaar.

Rechtspraak bij dit artikel