Aan de directeur wordt mandaat verleend als bedoeld in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht voor de uitoefening van de bevoegdheden, behorende tot het aan de Omgevingsdienst Groningen opgedragen basistakenpakket als bedoeld in artikel 4 van de regeling, alsmede de bevoegdheden behorende tot (doorhalen wat niet van toepassing is)
het milieupakket, als bedoeld in artikel 5 van de regeling
het wabo-pakket, als bedoeld in artikel 6 van de regeling (doorgehaald)
het BRZO-pakket, als bedoeld in artikel 7 van de regeling (doorgehaald)
overige werkzaamheden, als bedoeld in artikel 8 van de regeling
Bij afwezigheid van de directeur van de Omgevingsdienst Groningen is zijn plaatsvervanger bevoegd.