Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de subsidie bedraagt voor de in artikel 2.5 sub a genoemde activiteit: voor een peuter waarvan de ouder recht heeft op kinderopvangtoeslag een toeslag van € 1,56 per uur over maximaal 640 uren; voor een peuter waarvan de ouder geen recht heeft op kinderopvangtoeslag het verschil tussen de inkomensafhankelijke ouderbijdrage per uur en het wettelijk maximum uurtarief met een toeslag van € 1,56 per uur over maximaal 640 uren. 2.. De hoogte van de subsidie bedraagt voor de in artikel 2.5 sub b genoemde activiteit: voor een doelgroeppeuter waarvan de ouder recht heeft op kinderopvangtoeslag: I.. over de eerste maximaal 640 uren: een toeslag van € 1,56 per uur; II.. over de volgende maximaal 640 uren: het wettelijk maximum uurtarief met een toeslag van € 1,56 per uur; voor een doelgroeppeuter waarvan de ouder geen recht heeft op kinderopvangtoeslag: I.. over de eerste maximaal 640 uren het verschil tussen de inkomensafhankelijke ouderbijdrage en het wettelijk maximum uurtarief met een toeslag van € 1,56 per uur; II.. over de volgende maximaal 640 uren het wettelijk maximumuurtarief met een toeslag van € 1,56 per uur. 3.. Voor de in artikel 2.5 sub c genoemde activiteit bedraagt de subsidie de loonkosten behorend bij de CAO Kinderopvang schaal 9 trede 35, voor zover die bestaan uit brutoloon, vakantiegeld, 13e maand en de wettelijk verplichte werknemersverzekeringen en -premies voor de werkgever over maximaal 10 uur per kalenderjaar per doelgroeppeuter. 4.. De hoogte van de subsidie bedraagt voor de in artikel 2.5 sub d genoemde activiteit maximaal € 10.080,-- per kindcentrum. 5.. Voor de in artikel 2.5 sub e genoemde activiteit bedraagt de subsidie de loonkosten behorend bij de CAO Kinderopvang schaal 6 trede 23, voor zover die bestaan uit brutoloon, vakantiegeld, 13e maand en de wettelijk verplichte werknemersverzekeringen en -premies voor de werkgever over maximaal één uur per thuisbezoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel