In hoofdstuk twee wordt uiteengezet op welke wijze het Beheerplan Kunstwerken onderdeel uitmaakt van de Omgevingsvisie. In hoofdstuk drie en vier wordt vervolgens concreet ingegaan hoe de beheerder invulling gaat geven aan de ambities en doelstellingen beschreven in de Omgevingsvisie.
Vanuit technisch oogpunt dienen de kunstwerken ook op het gewenste onderhoudsniveau gehouden te worden. In hoofdstuk vier wordt beschreven hoe het onderhoudsniveau wordt vastgesteld (inspecties en onderzoeken), welk onderhoudsniveau de objecten moeten hebben en op welke procesmatige wijze dit inzichtelijk gemaakt wordt. Hoofdstuk vijf beschrijft vervolgens hoe groot (kwantiteit) het areaal aan kunstwerken is en in welke staat (kwaliteit) de objecten zich bevinden op basis van onderzoek. In hoofdstuk zes is het uitvoeringsprogramma en bijbehorende financiën opgenomen en onderverdeeld in ‘Dagelijks onderhoud’, ‘Groot onderhoud’ en ‘Vervangingen’. Het afsluitende hoofdstuk 7 geeft inzicht in de financiële behoefte voor de planperiode 2029 – 2033.