We staan onder voorwaarden reservevorming toe
Op dit moment zijn de volgende regels ten aanzien van reservevorming opgenomen in de ASV (artikel 17):
Bij subsidie vanaf € 25.000 maximaal 5% van verleende subsidiebedrag als reserve
Saldo van reserve mag nooit hoger zijn dan 10% van verleende subsidiebedrag
Het moet voortkomen uit overschotten toe te rekenen aan de ontvangen subsidies
Bij meerdere subsidieverstrekkers gelden punt 2 en 3 niet en is maatwerk nodig
Optie om in subsidieregeling andere bepalingen hierover vast te leggen
Het college heeft de mogelijkheid om hiervan af te wijken. In de ASV wordt geen onderscheid gemaakt tussen bestemmings- en algemene reserves, waardoor het vaststellen van de toegestane omvang van de reservevorming wordt bemoeilijkt. Momenteel zijn er 13 instellingen die meer dan € 25.000 aan subsidie ontvangen. Zij mogen conform de huidige regeling 5% van het verleende subsidiebedrag als reserve aanhouden. Het totaal van subsidies boven de € 25.000 is € 3.700.00. Indien al deze partijen 5 % reserve vormen, is dit een bedrag van ruim € 185.000 aan subsidiegelden. In de ASV worden verder geen randvoorwaarden gesteld met betrekking tot het wel of niet uitvoeren van activiteiten waardoor reserves ontstaan.
In het nieuwe beleid hebben subsidieontvangers die een subsidie vanaf €25.000 per jaar ontvangen de mogelijkheid om een reserve te vormen van maximaal 5% van het verstrekte subsidiebedrag, met een maximum van € 50.000 per jaar. Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat de toevoeging aan de reserve hoger is dan 5% of dan € 50.000 dan wordt de subsidie lager vastgesteld.