Sinds een aantal jaar is naast de strafrechtelijke en fiscale aanpak ook bestuursrechtelijk optreden een belangrijk instrument geworden in het tegengaan van ondermijning. Eén van de instrumenten die gemeenten tot hun beschikking hebben, is het introduceren van een vergunningstelsel. De gemeenteraad maakt hiervoor gebruik van haar autonome verordende bevoegdheid en geeft, in het belang van de openbare orde, veiligheid en/of leefbaarheid, de burgemeester de bevoegdheid tot het introduceren van een vergunningplicht. Net zoals al jaren een vergunningplicht bestaat voor het exploiteren van een horecazaak of een coffeeshop, kan de burgemeester ook een vergunningplicht opleggen voor panden die kwetsbaar zijn voor criminele inmenging of voor gebieden die qua leefbaarheid en veiligheid onder druk staan. Het betreft hier dus geen vergunningplicht in het belang van economische ordening, maar uitsluitend in het belang van openbare orde en veiligheid.
In art. 2.81 van de APV van Laren is een bepaling opgenomen op grond waarvan de burgemeester panden kan aanwijzen waarvoor een bijzondere vergunningplicht gaat gelden, om daarmee een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat tegen te gaan. Door het van toepassing verklaren van het vergunningstelsel van artikel 2.81 APV op het bij een dergelijk incident betrokken pand waarin een onderneming is gevestigd, kan een Bibob toets worden gedaan, waarbij onderzocht wordt of de betrokken exploitant betrokken is bij criminele activiteiten en/of ondermijning. Als uit het Bibob onderzoek blijkt dat er sprake is van bezwaren tegen de betrokken exploitant, kan de vergunning geweigerd worden, waarna het deze exploitant verboden is om zijn onderneming in dat pand voort te zetten.