Naar hoofdinhoud
Op grond van artikel 2.81 APV kan een vergunningstelsel worden ingesteld. In deze beleidsregel wordt besloten dat er 3 verschillende categorieën denkbaar zijn waarbij gebruik kan worden gemaakt van de bevoegdheid om een vergunningplicht op te leggen. Ter inleiding: categorie 1 en 2 zijn repressieve toepassingen van het vergunningsstelsel en worden achteraf opgelegd. Categorie 3 heeft een preventieve toepassing omdat dit situaties betreft waarbij er bij risicovolle gebieden of bedrijfstakken een vergunningplicht als barrière wordt opgelegd en er nog geen concrete signalen zijn op het gebied van ondermijnende criminaliteit. Hieronder wordt dit verder uitgewerkt. Categorie 1: Wanneer er in of bij dat pand excessief geweld en/of excessieve geweldsmiddelen worden gebruikt zoals explosieven of andere wapens in de zin van artikel 2 (categorie 1 t/m 4) van de Wet wapens en munitie. Indien er sprake is van categorie 1 dan kan achteraf een vergunningplicht opgelegd worden met als doel om te kunnen onderzoeken wie de exploitant(en) en of beheerder(s) is/zijn en of zij mogelijk onderdeel zijn van een crimineel netwerk. In deze situatie mag de onderneming, in beginsel, open blijven tijdens de aanvraagprocedure. Een tijdelijke sluiting van het pand op andere gronden gedurende een periode van 4 weken en eventuele verlengingen daarvan, blijft mogelijk. Als de vergunning na op het opleggen van een vergunningsplicht niet onmiddellijk wordt aangevraagd dan kan dat reden zijn om de tijdelijke sluiting met vier weken te verlengen. De afweging hiervan zal mede afhangen van de inhoud van de bestuurlijke rapportages van de politie. Categorie 2: Wanneer wij signalen vanuit de politie of een tip van het Openbaar Ministerie krijgen dat een exploitant zich begeeft in het georganiseerde ondermijnende criminele milieu. Uit een bestuurlijke rapportage blijkt dat er sprake is van betrokkenheid van de exploitant(en) en/of beheerder(s) bij georganiseerde criminaliteit. De vergunningplicht wordt zo spoedig als mogelijk opgelegd, gevolg door een onmiddellijke sluiting in afwachting van het besluit op de aanvraag om vergunning. Bij de beoordeling van de aanvraag om vergunning zal altijd om advies gevraagd worden op grond van de Wet bibob. Categorie 3: Wanneer er sprake is van een bepaald gebied of een bepaalde bedrijfstak erom bekend staat dat er veel ondermijnende criminaliteit plaats vindt. Indien er sprake is van categorie 3 dan blijkt uit informatie vanuit de politie of het Openbaar Ministerie dat het gebied of bedrijfstak veelvuldig wordt ingezet bij ondermijnende criminaliteit. Op basis van deze informatie kan de keuze worden gemaakt om deze gebieden of bedrijfstak vergunningplichtig te maken. Dit geldt ook wanneer er sprake is van een bijbehorend bouwwerk dat onderdeel is van een onderneming zoals een bijgebouw, garagebox of andere bijbehorende gebouwen waarin criminele handelingen worden uitgevoerd. De vergunningplicht wordt zo spoedig als mogelijk opgelegd. Tijdens de afwachting van het besluit op de aanvraag om vergunning blijft de onderneming open.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel