De bestuurlijke maatregelen in deze beleidsregel gelden als richtlijn. Per geval wordt bezien of de geïndiceerde bestuurlijke maatregel ook passend en geboden is. Omstandigheden die in ieder geval meewegen, zijn:
de aanwezigheid van meerdere verdovende middelen;
indicaties dat sprake is van (grootschalige) activiteiten die duiden op handel van verdovende middelen (zoals: de aanwezigheid van grote sommen contant geld);
geweldsdelicten of andere openbare orde delicten gelieerd aan het pand (zoals: ripdeals, aanslagen, bedreigingen, illegale prostitutie, mensenhandel, de aanwezigheid van wapens of illegaal vuurwerk);
de mate van gevaarzetting of het risico voor de veiligheid of gezondheid van personen in het pand en/of de omgeving (zoals: de aanwezigheid van (pre)precursoren en andere chemicaliën, diefstal van stroom en/of water);
Het aantreffen van diverse geavanceerde voorwerpen die gerelateerd zijn aan de productie of verkoop van verdovende middelen, zoals weegschalen, verpakkingsmaterialen en versnijdingsmiddelen, kan duiden op drugsgerelateerde activiteiten
de aanwezigheid van wapens en/of munitie zoals bedoeld in Wet wapens en munitie;
of sprake is van recidive;
de periode waarin het pand voor drugsgerelateerde activiteiten werd gebruikt (bijvoorbeeld afgeleid uit de indicatie van het aantal eerdere oogsten of uit (MMA-)meldingen);
de mate van (ernstige) overlast rondom het pand;
de wijk of kern waarin het pand is gelegen, zoals de nabijheid van een school, of de ligging van het pand in een woonwijk met gezinnen.