Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 13

Bestrijding van iepziekte

Onderdeel van Bomenverordening Twenterand

1. Dit artikel verstaat onder:a. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);b. iepenspintkever het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soort Scolytus scoltytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.2. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor de verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de spintkever, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;b. de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;c. de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.3. a. het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voor handen of in voorraad te hebben of te vervoeren;b. het verbod is niet van toepassing op geheel ontbaste iephout en op iephout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;c. het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder a van dit lid gestelde verbod.4. Het niet voldoen aan de in lid 2 bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

Rechtspraak bij dit artikel