Het bevoegde gezag kan de omgevingsvergunning voor het vellen van houtstanden geheel of gedeeltelijk intrekken indien:a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de omgevingsvergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;c. de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;d. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.