** 1. .** Onderwerpen waarvoor geen mandaat is verleend.
In tegenstelling tot de hoofdregel uit artikel 2 en 3 en artikel 10:3 van de Awb zijn de onderstaande taken en bevoegdheden niet in mandaat gegeven. Dit betekent dat deze taken en bevoegdheden dus uitsluitend, behoudens een aantal uitzonderingen genoemd onder sub a en sub b, kunnen worden uitgevoerd door het college of de burgemeester. Het gaat om de volgende bevoegdheden:
De bevoegdheden zoals genoemd in artikel 160 lid 1, onder sub b, e, f en g en lid 2, 169 en 170 Gemw.
Voor de bevoegdheid genoemd in artikel 160 lid 1 onder e Gemw wordt een uitzondering gemaakt in de volgende gevallen, waardoor artikel 2 wel van toepassing is en de manager en teamleider gemandateerd is:
de gemeente, het college, burgemeester of de raad treedt als verweerder op in een civiele procedure;
er wordt bezwaar gemaakt tegen subsidie- en uitkeringsbeschikkingen van andere overheidsorganisaties, zie artikel 6 onder g;
routinematige verzoekschriften (met uitzondering van politiek gevoelige verzoekschriften of verzoekschriften waaraan grote financiële risico’s verbonden zitten). Deze uitzondering ziet niet op beroepschriften die eventueel volgen na de verzoekschrift-procedure.
Beslissen tot het verstrekken van incidentele subsidies zoals bedoeld in artikel 4:23, lid 3, onder d, Awb, tenzij het gaat om het bepaalde in art 6 onder h. eerste deel, waardoor de wethouder gemandateerd is of als de incidentele subsidie voldoet aan de volgende voorwaarden, waardoor artikel 2 van toepassing is en de manager of de teamleider gemandateerd is:
de subsidie door de gemeente is aangevraagd bij het Rijk, de provincie of een fonds;
Van hen een subsidiebeschikking is ontvangen waarin is vermeld hoe hoog de subsidie is die de gemeente krijgt, om welke te subsidiëren activiteiten het gaat en door welke organisatie de activiteiten uitgevoerd moeten worden of een subsidiebeschikking die conform de aanvraag is en waar in de aanvraag deze drie aspecten zijn vermeld.
besluiten tot vaststelling van besluiten van algemene strekking, waaronder algemeen verbindende voorschriften;
besluiten tot vaststelling van beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht of als daar grond voor is in andere beleidsstukken;
besluiten tot het aangaan van bestuursovereenkomsten;
besluiten tot het verlenen van mandaat, met uitzondering van het bepaalde in artikel 2 en 4;
besluiten die aan de goedkeuring of instemming van een ander bestuursorgaan zijn onderworpen, met uitzondering van de besluiten die voortkomen uit de Omgevingswet;
beslissen op een bezwaarschrift in afwijking van het advies van Commissie bezwaarschriften (zie artikel 6 onder i), tenzij hierover een bepaling is opgenomen in een bijzonder mandaatbesluit of er geldt een wettelijk voorschrift waarin dit is geregeld;
beslissen op administratief beroep, bedoeld in artikel 7:25 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluiten die financiële verplichtingen voor de gemeente tot gevolg hebben waarbij die verplichtingen het bedrag van het door de raad bij begroting vastgestelde krediet overschrijden;
beslissen over toepassen van bepalingen in het Burgerlijk Wetboek over het toekennen van een schadevergoeding aan de werknemer boven een bedrag van € 500,--;
het schriftelijk meedelen van de bevindingen, het oordeel (met uitzondering van het niet-ontvankelijk verklaren) en eventuele conclusies aan de klager na het afsluiten van het onderzoek naar een klacht als bedoeld in Titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht. 6 Het onderzoek naar een klacht zoals bedoeld in titel 9.1 Awb is voorbehouden aan de Klachtencommissaris. De klachtencommissaris is daarnaast bevoegd een klacht niet-ontvankelijk te verklaren (zie toelichting artikel 8 in bijlage 2).
** 2. .** Er is wel mandaat verleend, maar gebruik mandaat is niet toegestaan
Van het verleende mandaat volgens de artikelen in dit mandaatbesluit mag geen gebruik worden gemaakt als het gaat om:
nemen van een besluit:
in afwijking van een wettelijk verplicht advies, anders dan het advies zoals bedoeld in artikel 6 onder c;
dat niet past binnen het daarvoor bestemde budget of investeringskrediet;
op grond van artikel 169 lid 4 Gemeentewet: met toepassing van gevallen waarin de raad vraagt om inlichtingen over de uitoefening van bevoegdheden in artikel 160, lid 1 onder d, e, f en g van de Gemeentewet;
waarbij de gemandateerde een persoonlijke betrokkenheid heeft;
in strijd met een beleidsregel, een richtlijn of een wettelijk voorschrift, met uitzondering van artikel 2 lid 6;
over een verzoek om schadevergoeding (nadeelcompensatie) bij rechtmatige uitoefening van de bevoegdheid van de gemeenteraad of het college waarbij de schade veroorzaakt wordt door het vaststellen, verlenen, stellen, treffen, wijzigen of intrekken van besluiten genoemd in artikel 15.1 van de Omgevingswet, tenzij het betreft het kennelijk niet-ontvankelijk verklaren van een dergelijk verzoek in verband met het niet betalen door de verzoeker van de wettelijke vergoeding;
over een verzoek om nadeelcompensatie bij rechtmatig overheidsoptreden, tenzij:
het gaat om het toekennen van een vergoeding volgens de daarvoor vastgestelde beleidsregel over infrastructurele maatregelen tot en met een bedrag van € 25.000, --; of
het gaat om het afwijzen van een verzoek om vergoeding volgens de daarvoor vastgestelde beleidsregel over infrastructurele maatregelen tot een bedrag van € 75.000, -- of
het een andere aanvraag betreft dan genoemd 0.1 en 0.2 tot en met een bedrag van € 10.000, --;
vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie, met uitzondering van de aan de secretaris voorbehouden bevoegdheden als bedoeld in artikel 4;
nemen van een besluit op verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s (wet van 11 februari 2010);
oninbaar verklaren van publiekrechtelijke vorderingen, met uitzondering van kwijtscheldingen inzake de Participatiewet;
het afgeven van een intentieverklaring of het sluiten van een intentieovereenkomst anders dan in relatie tot een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;
nemen van een besluit tot het sluiten van een overeenkomst met een financiële waarde buiten de toegekende budgetten;
nemen van een besluit tot het sluiten van een overeenkomst over een aanvraag om een geldlening of een garantstelling zoals bedoeld in het Treasury statuut (en de Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede);
beslissen tot niet vooraf schriftelijk vastgelegde arbitrage of bindend advies.
besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen;
besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen;
aanvragen van uitstel van betaling en faillissement;
sluiten van een arbeidsovereenkomst met de secretaris, het ontslaan van de secretaris en andere te nemen beslissingen over de secretaris;
voordragen en aanwijzen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Enschede in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen rekening houdend met artikel 10 lid 4;
aanwijzen en instellen van adviesorganen en commissie, en aanwijzen van personen in adviesorganen of in commissies als bedoeld in de artikelen 83 tot en met 85 van de Gemeentewet;
als de secretaris expliciet aangeeft dat er geen gebruik mag worden gemaakt van het verleende mandaat.