Naar hoofdinhoud
In algemene zin geldt dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Lokale bevoegdheid Het Openbaar Ministerie is belast met de handhaving van de verbodsbepalingen in de Opiumwet. Op basis van het opportuniteitsbeginsel – dat er op neerkomt dat het OM kan bepalen of wordt vervolgd, of dat in het kader van het algemeen belang van vervolging wordt afgezien – is een gedoogbeleid ontwikkeld ten aanzien van de verkoop van softdrugs in coffeeshops. Al in 1996 zijn “De Richtlijnen voor het opsporings- en strafvorderingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet” van het OM in werking getreden. In de richtlijnen wordt onder meer expliciet aangegeven dat het beleid voor coffeeshops, binnen de kaders van de richtlijnen, wordt bepaald in het lokale driehoeksoverleg. De burgemeester kan daarbij een maximumstelsel vaststellen. Artikel 13b Opiumwet De burgemeester beschikt op grond van artikel 13b van de Opiumwet over een bestuursrechtelijk handhavingsinstrument, namelijk het opleggen van een last onder bestuursdwang ten aanzien van een woning of lokaal dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven, indien daar een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Hij is bevoegd deze woningen, lokalen en erven voor een bepaalde periode te sluiten. Hiermee heeft de burgemeester de bevoegdheid de vergunning van een coffeeshop te weigeren of in te trekken, indien de openbare orde gevaar loopt of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het karakter van de beoogde vestiging en de directe omgeving, de al aanwezige horeca en de wijze van bedrijfsvoering. In het geval van een nul-beleid zal hiervan geen sprake zijn, maar het artikel geeft de burgemeester ook de bevoegdheid de toestemming tot vestiging van een coffeeshop weigeren of een eventueel bestaand verkooppunt te sluiten wanneer deze zich toch vestigt. Artikel 174 Gemeentewet Op grond van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester en belast met het toezicht op openbare inrichtingen, zoals coffeeshops, en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. De burgemeester is daarmee het bevoegde gezag betreffende de uitvoering van het lokale coffeeshopbeleid. Hieruit volgt dat de bevoegdheid om de vestiging van een coffeeshop te reguleren, op te treden tegen overtreding van gestelde voorschriften en de ontwikkeling en vaststelling van beleid expliciet bij de burgemeester ligt. Artikel 2:28 Algemene Plaatselijke Verordening Molenlanden Een coffeeshopexploitant is op grond van artikel 2:28 APV exploitatievergunning plichtig. De exploitatievergunning wijkt af van een ‘gewone’ exploitatievergunning door de aanvullende voorschriften. Een gedoogverklaring van de burgemeester maakt de verkoop van softdrugs mogelijk in de coffeeshop. De coffeeshop is een alcoholvrije inrichting. Hiervoor is geen Alcoholvergunning nodig.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel