**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor een PGB wordt verstrekt.
**2..** De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 20,60 per maand voor de ongehuwde cliënt of gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**3..** In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode door:
De ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan € 19.475, --
De ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan € 20.221, --
De gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan € 27.753, --.
Onder a t/m c vermelde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en worden ieder opeenvolgend jaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon.
**4..** In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet:
Bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening Kleinschalig
Collectief Vervoer (GR KCV Regiotaxi) € 0,24 per kilometer en een eenmalige bijdrage van € 1,10 per rit als opstaptarief;
De onder sub a vermelde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en kunnen ieder opvolgend jaar gewijzigd worden aan de hand van ontwikkelingen ten aanzien van de gehanteerde prijsindex (NEA/CPI-index) vervoerstarieven, en reizigersvolume.
Als toepassing is gegeven aan sub b, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
**5..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald door een:
Aanbesteding,
Na consultatie in de markt, of
Na overleg met de aanbieder
**6..** De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom)
**7..** De kostprijs van een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening wordt bepaald op grond van artikel 11 lid 1 van de verordening.
**8..** Voor een sportrolstoel is een bijdrage verschuldigd, voor zover deze voorziening niet gericht is op het gebruik bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen.
**9..** Indien een maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door:
De onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en
Degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over de minderjarige cliënt.
**10..** De kostprijs van de maatwerkvoorziening wordt opgegeven bij het CAK.
**11..** Het college kan nadere regels vaststellen inzake welke kostprijs voor de maatwerkvoorziening wordt doorgegeven aan het CAK.
**12..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b tweede lid van de Wet, worden de bijdragen in de kosten voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd.
Hoofdstuk 4
Artikel 16.
Bijdrage in de kosten
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Land van Cuijk 2024