Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 23

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Verordening begraafplaatsen gemeente Brummen, 1998.

1.. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht. Als het adres bekend is maken zij hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend. 2.. De bij de ruiming van het graf aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op één van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen. 3.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende die in het eerste lid bedoelde termijn de beheerder vragen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te laten brengen voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen de beheerder vragen deze ter beschikking te houden voor herbegravingen of verstrooiing elders. 4.. De rechthebbende op een eigen graf kan de beheerder vragen de overblijfselen te laten verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te laten plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te laten begraven. De rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan de beheerder vragen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te laten verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel