Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Waarderingsgrondslagen

Onderdeel van Nota activabeleid gemeente Soest 2023

In artikel 63 lid 1 BBV is bepaald dat in beginsel één waarderingsgrondslag wordt gehanteerd, namelijk de historische kostprijs (de verkrijgingprijs of de vervaardigingprijs). De definities van de verkrijging- en vervaardigingprijs zijn volgens het BBV: De verkrijgingprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten (artikel 63 lid 2 BBV); De vervaardigingprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs kunnen ook worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de (bouw)rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van dat actief wordt gewerkt (artikel 63 lid 3 BBV); De verkrijgingprijs van in erfpacht uitgegeven gronden is de uitgifteprijs bij de eerste uitgifte. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde (artikel 63 lid 4 BBV). Bij de waardering van een investering worden de directe lasten, evenals de personeelskosten en de aan de investering toe te rekenen overige indirecte kosten betrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel