Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.3

Doel ‘Bijdragen aan een klimaatbestendige, waterrobuuste en duurzame gemeente

Onderdeel van Water en Rioleringsprogramma 2024-2030

Door de klimaatverandering wordt in de toekomst vaker extreme neerslag verwacht, maar ook langere droge periodes. Door middel van klimaatadaptieve maatregelen, zal de gemeente de kans op wateroverlast zo veel als mogelijk voorkomen. Hierbij wordt tijdelijk water op straat geaccepteerd. Echter van de bewoners wordt verwacht dat zij ook hun steentje bijdragen door tuinen te vergroenen en/of eigen waterberging aan te leggen, waardoor er minder hemelwater naar de riolering stroomt en deze hierdoor minder snel overbelast raakt. Om verdroging zoveel mogelijk te voorkomen, zal de gemeente waar nodig maatregelen treffen om binnen haar wettelijke taken het grondwaterpeil zo lang als mogelijk op het gewenste niveau te houden. In natte perioden wordt het water zoveel als mogelijk vastgehouden in de bodem. Alleen het overtollige grondwater dat tot grondwateroverlast leidt, zal worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. De gemeente wil in 2050 klimaatbestendig, waterrobuust en duurzaam zijn. Klimaatadaptieve maatregelen zullen dan ook zoveel als mogelijk gelijktijdig worden uitgevoerd met al geplande of toekomstige overige werkzaamheden in de openbare ruimte, zoals bij wegreconstructie en rioolvervanging. Indien nodig zullen er ook losse klimaatadaptieve projecten worden uitgevoerd. Bij nieuwbouw wordt de openbare ruimte direct klimaatbestendig ingericht. 4.2.3.1Duurzaamheid Het beheer- en onderhoudsaspect wordt nadrukkelijk vanaf de ontwerpfase betrokken en zal onderdeel uitmaken van de afwegingen die hierin plaatsvinden. Er wordt niet automatisch gekozen voor de goedkoopste oplossing, maar wel voor de beste en meest duurzame over de gehele levenscyclus. Hierbij kan gedacht worden aan: Daar waar mogelijk en beschikbaar grondstoffen en materialen gebruiken die circulair zijn of het milieu zo min mogelijk belasten; Bij het uitvoeren en realiseren van werken zal de gemeente inzetten op het zo min mogelijk belasten van het milieu bij het kiezen van materialen, het gebruik van machines en de manier van beheer, onderhoud en vervanging aan het eind van de levensduur; Als energie voor het functioneren van het systeem noodzakelijk is, inzetten op het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen.

Rechtspraak bij dit artikel