Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.4

Grondwateronttrekkingen

Onderdeel van Water en Rioleringsprogramma 2024-2030

Een aandachtspunt binnen de regio Delfland vormt het afbouwen van de grondwaterwinning van 1.200 m3/uur op het terrein van DSM. Het water werd gebruikt voor de industrie. Na 2009 was dat niet meer nodig. Sinds 2016 is de gemeente Delft verantwoordelijk voor het oppompen van het grondwater. Uit een onderzoek van Deltares blijkt dat het stoppen/te snel afbouwen van de winning mogelijk grote gevolgen voor de regio kan hebben, met stijgende grondwaterstanden en schade aan woningen tot gevolg. Het oppompen van het water verstoort de natuurlijke stand van het grondwater in de omgeving. Ook daalt de bodem en kost het oppompen elk jaar veel geld. Daarom wordt ernaar gestreefd het oppompen van het grondwater te verminderen. En in de toekomst helemaal te stoppen. Als het oppompen plotseling stopt, kan het grondwater in de omgeving snel stijgen. En kan de ondergrond onregelmatig zwellen. Hierdoor kan schade ontstaan. Om de schade te voorkomen is het onttrekken van grondwater langzaam en zorgvuldig afgebouwd: 2017: van 1.200 naar 1.080 m³ per uur; 2018: van 1.080 naar 960 m³ per uur; 2019: van 960 naar 840 m³ per uur; 2020: van 840 naar 720 m3 per uur; 2021: tussenjaar; 2022: van 720 naar 600 m3 per uur; 2023: van 600 naar 480 m3 per uur (gepland). Hierbij zijn tot op heden geen problemen ontstaan. De gemeente Midden-Delfland ondersteunt het afbouwen van de onttrekking met een jaarlijkse financiële bijdrage. Dit is nodig voor monitoring en gebeurt met honderden peilbuizen en satellietbeelden. De gemeente Delft kan zo op tijd zien of er problemen ontstaan en bepalen of een volgende afbouwstap verantwoord is. Een afbouwstap wordt uitsluitend na instemming van de provincie Zuid-Holland uitgevoerd. Komende planperiode blijft de gemeente bijdragen aan het monitoren van de grondwaterstand en worden de mogelijke gevolgen van droogvallende fundering en de effecten daarvan onderzocht. Bronneringswater Het hoogheemraadschap is bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen, o.a. tijdens bouwwerkzaamheden. Bij het verlenen van de vergunning houdt het hoogheemraadschap rekening met alle belangen in de omgeving die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen in de grondwaterstand, zoals bebouwing, wegen en de groenvoorziening. Ook wordt nagegaan of bodemverontreinigingen niet verplaatsen. Lozing van bronneringswater vindt bij voorkeur, in overleg met het hoogheemraadschap, plaats op het oppervlaktewater. In geval van verontreinigd grondwater kan lozing op de afvalwaterriolering acceptabel zijn (ODH vergunt dit). Voor lozing op de afvalwater- of hemelwaterriolering is ook toestemming nodig van de gemeente. Warmte- en koudeopslag (WKO) Het grondwater dat vrijkomt bij de ontwikkeling van de WKO-bronnen dient bij voorkeur te worden geloosd op oppervlaktewater. Dit dient altijd te worden gedaan in overleg met het hoogheemraadschap van Delfland. Indien lozing op oppervlaktewater niet mag dan kan in overleg met de gemeente op de riolering geloosd worden. Het grondwater dat vrijkomt bij het tweejaarlijks onderhoud dient geretourneerd te worden in de bodem. Binnen het NAD wordt er een projectgroep opgezet om gezamenlijk te kijken hoe om te gaan met indirecte lozingen waaronder de WKO- lozingen. In de “Nota bevordering doelmatige werking zuiveringtechnische werken 2016” staat ook beschreven hoe met WKO-lozingen omgegaan dient te worden.

Rechtspraak bij dit artikel