Naar hoofdinhoud

Artikel 6:

De vaststelling van de schade en de financiële compensatie

Onderdeel van Beleidsregels Nadeelcompensatie en planschade De Nieuwe Mark

1.. De schade wordt in beginsel bepaald door het door verzoeker gemiddeld in de laatste drie representatieve referentiejaren behaalde resultaat/het genoten inkomen te vergelijken met het daadwerkelijke resultaat/het inkomen in het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.. Bij de bepaling van de schade kan het (op basis van representatieve referentiejaren bepaalde) gemiddelde resultaat/inkomen nog gecorrigeerd worden op basis van door onafhankelijke organisaties gepubliceerde gegevens omtrent brancheontwikkeling en inflatie. 3.. De financiële compensatie bedraagt 100% van het schadebedrag, nadat daarop in mindering zijn gebracht de financiële nadelen die ingevolge het bepaalde in artikel 5 niet voor vergoeding in aanmerking komen. 4.. Als de schade is geleden in twee achtereenvolgende kalenderjaren worden bij de bepaling van de financiële compensatie in het tweede jaar dezelfde referentiejaren aangehouden als in het eerste jaar. 5.. Heeft verzoeker nagelaten redelijke maatregelen ter voorkoming of beperking van schade te nemen, dan blijft de schade die door het treffen van zodanige maatregelen voorkomen of beperkt had kunnen worden, voor rekening van verzoeker. De redelijke kosten van maatregelen ter voorkoming of beperking van schade behoren tot de te vergoeden schade. 6.. Heeft een schadeoorzaak voor verzoeker naast schade tevens voordeel opgeleverd, dan moet dit voordeel bij de vaststelling van de te vergoeden schade in aanmerking worden genomen. 7.. Als financiële compensatie wordt verstrekt, kunnen de eventuele kosten van rechtsbijstand en deskundigenbijstand deel uitmaken van de financiële compensatie. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat deze kosten slechts voor vergoeding in aanmerking kunnen komen, voor zover: deze kosten zijn gemaakt in het kader van de formulering van een zienswijze ten aanzien van het conceptadvies; én deze rechts- en of deskundigenbijstand wezenlijk heeft bijgedragen aan de beslissing van burgemeester en wethouders om compensatie toe te kennen, én deze kosten redelijk zijn te achten. 8.. Als een adviseur of een adviescommissie wordt ingesteld, worden de kosten van deskundigenbijstand die zijn gemaakt voordat een conceptadvies is uitgebracht in ieder geval niet redelijk geacht. 9.. Een vergoeding van wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek kan deel uitmaken van de toe te kennen vergoeding. Het tijdstip waarop de wettelijke rente ingaat wordt gesteld op de datum van ontvangst van het verzoek door burgemeester en wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel