1. Het gemeentelijk beleidsplan wordt, voorafgaand aan het besluitvormingstraject, door de commandant brandweer voor advies voorgelegd aan de directeur van de regionale brandweer2. Een tussentijdse aanpassing van de taken van de gemeentelijke brandweer en/of de personele en/of de materiele sterkte van de gemeentelijke brandweer, wordt ter advisering voorgelegd aan de directeur van de regionale brandweer3. In de repressieve functie “Officier van dienst” kan worden voorzien middels een regeling nader uitgewerkt en vastgelegd in een intergemeentelijke overeenkomst. Burgemeester en wethouders gaan niet over tot vaststelling van een dergelijke regeling dan nadat de directeur van de regionale brandweer ter zake heeft geadviseerd.
Hoofdstuk 1
Artikel 11
Advisering regionale brandweer
Onderdeel van Verordening brandveiligheid en hulpverlening