Het college kan begeleiding bieden aan asielstatushouders die behoren tot de ELIP-groep.
Het college besluit na overleg met de cursusinstelling of begeleiding geboden wordt. Het college betrekt hierbij:
de noodzaak;
de verwijtbaarheid;
de financiële draagkracht, zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel.
Het college bepaalt welke begeleiding het meest passend en noodzakelijk is. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om:
advies of begeleiding over het te volgen traject;
een beperkte financiële bijdrage voor de bekostiging van extra inburgeringslessen.
Voor het bepalen van de financiële draagkracht van de in dit artikel bedoelde asielstatushouder en zijn gezin wordt een vermogens- en inkomensgrens gehanteerd. Voor de vermogensgrens wordt aangesloten op artikel 34 van de Participatiewet. Bij de inkomensgrens wordt uitgegaan van 150% van de bijstandsnorm.
Een asielstatushouder als bedoeld in dit artikel met een hoger vermogen of inkomen dan het in dit lid genoemde wordt geacht te beschikken over voldoende financiële draagkracht.
In het geval er voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn, zoals mogelijkheden voor uitstel via DUO, biedt het college geen beperkte financiële bijdrage zoals bedoeld in lid 3b van dit artikel. Het college kan wel advies of begeleiding bieden over het te volgen traject zoals bedoeld in lid 3a van dit artikel.