8.1 Regels voor het zichtbaar plaatsen van zonnepanelen
alleen op daken, niet aan gevels en wanden;
de dakvorm is leidend en blijft zichtbaar;
de zonnepanelen zijn reversibel aangebracht;
de zonnepanelen liggen aaneengesloten;
de zonnepanelen liggen allemaal in dezelfde richting;
het legpatroon is rechthoekig of heeft een geometrische vorm gelijkend aan de vorm van het dakvlak;
aan de buitenste randen van het dakvlak blijft ten minste één dakpan zichtbaar, of bij andere dakbedekking minimaal 20 centimeter;
ten opzichte van andere bouwkundige elementen in het dakvlak blijft ten minste één dakpan zichtbaar, of bij andere dakbedekking minimaal 20 centimeter;
de kleurstelling van zonnesystemen is hetzelfde als het materiaal van de dakbedekking of is matzwart;
de zonnepanelen kaderloos uitvoeren of met randprofielen in dezelfde kleur als de kleur van de zonnepanelen;
eventueel aanwezige historische aanduidingen/ornamenten in het dak moeten zichtbaar blijven;
geen zonnepanelen aanbrengen op bijzonder of kwetsbaar materiaal van de dakafwerking zoals riet of zink of op bijzondere patronen;
zonnepanelen op een plat dak onder een hoek van maximaal 15 graden, in een aaneengesloten patroon. De afstand tot de zijkanten van het platte dak minstens gelijk aan de hoogte van het zonnepaneel. Plaatsing bekijken in combinatie met andere bouwkundige elementen op het dak;
wanneer een dakvlak met buren wordt gedeeld, dan wordt aangesloten op de perceelsgrens, zodat buren er op kunnen aansluiten en er één doorgaand en/of geometrisch legplan ontstaat.
8.2 Regels voor het niet-zichtbaar plaatsen van zonnepanelen
alleen op daken, en mogelijk op of aan gevels en wanden;
de dakvorm is leidend en blijft zichtbaar;
de zonnepanelen zijn reversibel aangebracht;
de panelen liggen aaneengesloten;
de panelen liggen allemaal in dezelfde richting;
het legpatroon is rechthoekig of heeft een geometrische vorm gelijkend aan de vorm van het dakvlak; of in L-vorm, U-vorm of rechthoekig met een open midden (bijvoorbeeld om dakkapel heen);
aan de buitenste rand van het dakvlak blijft ten minste één dakpan zichtbaar, of bij andere dakafwerkingen minimaal 20 centimeter;
ten opzichte van andere bouwkundige elementen in het dakvlak blijft ten minste één dakpan zichtbaar, of bij andere dakbedekking 20 centimeter;
de kleurstelling van zonnesystemen is hetzelfde als het materiaal van de dakbedekking of is matzwart;
eventueel aanwezige historische aanduidingen in het dak moeten zichtbaar blijven;
geen zonnepanelen aanbrengen op bijzonder of kwetsbaar materiaal van de dakafwerking zoals riet of zink of op bijzondere patronen;
wanneer een dakvlak met buren wordt gedeeld, dan wordt aangesloten op de perceelsgrens, zodat buren er op kunnen aansluiten en er één doorgaand en/of geometrisch legplan ontstaat.
8.3 Procedure
Voor niet-monumenten binnen beschermde dorpsgezichten zijn zonnepanelen vergunningplichtig zodra dakvlak zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied.
Voor plannen niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte volgen we de procedure kleine plannen aan achterkanten (zie welstandnota), die, hoewel vergunningsvrij, alleen nog bekeken en beoordeeld worden op excessen
Voor de vergunningsaanvraag gelden algemene indieningsvereisten van het WABO proces.
Artikel 8
Criteria voor de plaatsing van zonnepanelen op panden in beschermde dorpsgezichten Bussum; Het Spiegel en Brediuskwartier
Onderdeel van Beleidsregel zonnepanelen op erfgoed in de gemeente Gooise Meren 2022