Naar hoofdinhoud
1.. Aanspraak op de eenmalige energietoeslag 2023 kan bestaan voor de alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin als bedoeld in artikel 4 van de wet, die beschikt over een laag inkomen. 2.. Van een laag inkomen als bedoeld in het eerste lid, onder b, is sprake als gedurende de referteperiode het daadwerkelijk beschikbare en in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 150% van de toepasselijke bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld). 3.. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt het eventueel aanwezige vermogen buiten beschouwing gelaten. 4.. Onder de doelgroep als bedoeld in het eerste lid valt niet degene die op de peildatum: jonger is dan 21 jaar; of studerend is en in verband daarmee recht heeft op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 of 2, van de Wet studiefinanciering 2000; of is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres; of in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel f, van de wet, waarbij de inrichting voorziet in de energiekosten en die kosten niet in rekening brengt bij de bewoners; of een kostendelende medebewoner van de hoofdbewoner(s) is als bedoeld in artikel 19a van de wet. 5.. Geen aanspraak op de eenmalige energietoeslag 2023 bestaat als in 2023 door het college of door een college van een andere gemeente op grond van artikel 35 van de wet al een eenmalige energietoeslag 2023 is verleend. 6.. Er wordt per huishouden respectievelijk per adres eenmaal een energietoeslag verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel