Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Bevoegdheden en verboden voor derden betreffende naam- en nummerborden en nummerplanken

Onderdeel van Verordening naamgeving, nummering en begrenzing 2010

Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden: enige aanduiding, als bedoeld in artikelen 2.1, lid 2 t/m 5 en 2.2, lid 1 te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken; aan delen van de openbare ruimte en aan de daaraan liggende gemeentelijke bouwwerken namen toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen; aan zijn onroerende zaak nummers toe te kennen en deze in het maatschappelijke verkeer te hanteren of op zichtbare wijze aan te brengen; om in het openbaar nummertoevoegingen te gebruiken en deze in het maatschappelijke verkeer te hanteren of op zichtbare wijze aan te brengen; Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht; De rechthebbende van een verblijfsobject dat een nummer heeft gekregen, mag de gemeente verzoeken om binnen vier weken het nummerbord en/of nummerplank te verplaatsen, zolang de duidelijkheid vanaf de openbare weg gehandhaafd blijft; De rechthebbende mag naast de door de gemeente aangebrachte nummerbord aan zijn onroerende zaak een siernummerbord plaatsen, mits het nummer overeenkomt met de door het college gegeven nummer.

Rechtspraak bij dit artikel