Naar hoofdinhoud
De voorzitter bepaalt de plaats en het tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan de gelegenheid krijgen hun standpunt toe te lichten. De voorzitter nodigt de betrokken partijen ten minste drie weken voor de hoorzitting schriftelijk uit. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de betrokken partijen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. De voorzitter deelt binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek de beslissing op het verzoek mee aan betrokken partijen. De voorzitter is in bijzondere omstandigheden bevoegd af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het tweede tot en met vierde lid.

Rechtspraak bij dit artikel