Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Regeling bezwaarschriftencommissie gemeente Uithoorn 2023

1.. De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van de regeling uitgeoefend door de voorzitter van de commissie. De voorzitter kan deze bevoegdheden opdragen aan de secretaris. Het gaat om de volgende bevoegdheden: verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, tweede lid); stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6); verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17); ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid); al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid). 2.. De bevoegdheid als bedoeld in artikel 7:10, derde en vierde lid van de wet, voor wat betreft een verdaging van de beslissing op bezwaar, kan door de secretaris worden uitgeoefend, in welk geval daarvan mededeling wordt gedaan aan belanghebbenden en het verwerend bestuursorgaan. 3.. De secretaris heeft de bevoegdheid tot opschorting van de beslissing op bezwaar ingevolge artikel 4:15 van de wet. Wanneer de opschorting plaatsvindt op basis van overmacht als bedoeld in artikel 4:15 lid 2 onder c van de wet, stemt de secretaris het gebruikmaken van deze bepaling vooraf af met de voorzitter van de commissie en het verwerende bestuursorgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel