**1..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die zijn verbonden aan de inkomensvoorziening waar een persoon aanspraak op maakt, nadere verplichtingen verbinden aan de aangeboden participatievoorziening.
**2..** Het college kan een voorziening weigeren als:
de persoon niet behoort tot de doelgroep;
de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;
de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;
de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of
er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening;
de persoon, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Wet, jonger is dan zestien jaar; of
het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een instelling of een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, het verzoek om ondersteuning heeft gedaan en daarbij geen overgangsdocument heeft verstrekt.
**3..** Het college kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen niet nakomt op grond van de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening. Dit geldt niet voor personen die onder de doelgroep van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) vallen tot het moment dat het inkomen uit werk twee aaneengesloten jaren minimaal het minimumloon bedraagt en waarbij de gemeente voor deze persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie heeft verstrekt;
de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon ;
de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
de persoon niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
**4..** Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan en houdt bij het aanbod rekening met andere voorzieningen die binnen het sociaal domein beschikbaar zijn. Het college stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.
**5..** De elementen waaruit de ondersteuning bestaat worden nader uitgewerkt in een op de specifieke situatie van de persoon toegespitst plan van aanpak.
**6..** In geval van personen van 27 jaar of ouder, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd wordt het plan van aanpak beschouwd als beschikking waarin het aanbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt bekend gemaakt.
**7..** In geval van personen beneden de 27 jaar wordt het plan van aanpak overeenkomstig artikel 44, vierde lid van de wet als bijlage toegevoegd aan de beschikking waarin een uitkering op grond van de wet wordt toegekend.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Participatieverordening 2023 gemeente Tytsjerksteradiel