Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf

Artikel 10.2

Urgentiecategorie sociale redenen (sociale urgentie artikel 2.10.8, eerste lid, onderdeel b HVV)

Onderdeel van Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

1.. Aan artikel 2.10.8 HVV wordt niet getoetst als de aanvraag moet worden geweigerd op grond van één van de algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 2.10.5 HVV. 2.. Per aanvraag kan slechts één urgentiegrond worden aangevoerd. Een sociale urgentieverklaring kan alleen worden verkregen op basis van één van de sociale gronden als bedoeld in het derde lid. 3.. Een urgentieverklaring op sociale gronden kan alleen worden verkregen indien: de aanvrager met één of meer van de volgende problemen wordt geconfronteerd: Dakloosheid met zorg voor minderjarige kinderen door relatiebreuk, echtscheiding en/of inkomensval; Geweld of ernstige bedreiging. bovengenoemd probleem (of problemen) levensontwrichtend is (zijn) voor de aanvrager, dat wil zeggen dat de aanvrager vanwege ernstige woonproblemen niet meer in staat is zelfstandig te functioneren; een zelfstandige woning een substantieel deel van de oplossing voor het probleem van de aanvrager vormt; en, de aanvrager zelfredzaam is wat inhoudt dat de aanvrager in staat zal zijn om duurzaam zelfstandig te wonen. 4.. Indien het probleem niet of slechts beperkt opgelost wordt door een andere woonruimte, of als de aanvrager meer gebaat is bij inzet van een voorliggende voorziening (zoals begeleiding) wordt de aanvraag afgewezen op grond van artikel 2.10.5, eerste lid, onderdeel d of onderdeel f HVV. Hiervan is in ieder geval sprake als de aanvrager beschikt over een beschikking voor een maatwerkvoorziening voor opvang of beschermd wonen. 5.. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de weigeringsgronden uit artikel 2.10.5, eerste lid, onderdeel c en onderdeel e HVV onverminderd van toepassing zijn op een urgentieaanvraag op sociale grond zoals genoemd onder 1. Er moet sprake zijn van een overmachtssituatie en het probleem moet niet redelijkerwijs te voorkomen zijn geweest. Dit betekent dat huisuitzetting uit een inwoonsituatie geen recht geeft tot een sociale urgentie, of problemen nadat een gezin is gesticht zonder in passende woonruimte te voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel