Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 2.3.

Voorwaarden stadsvernieuwingsurgentie corporatiebezit

Onderdeel van Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

1.. Huurders van een woonruimte in corporatiebezit met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, die de betreffende woonruimte als hoofdverblijf en rechtmatig bewonen, komen in aanmerking voor de stadsvernieuwingsurgentie na afgifte van het peildatumbesluit. 2.. De volgende personen komen niet in aanmerking voor stadsvernieuwingsurgentie: huurders die een woonruimte betrekken waar reeds een peildatumbesluit voor is afgegeven die in het verleden ligt; huurders met een tijdelijk huurcontract op basis van de Leegstandwet; huurders met een gebruiksovereenkomst; huurders met een campuscontract als bedoeld in artikel 274, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (zij worden direct bemiddeld naar een andere woonruimte met een campuscontract); huurders jonger dan 18 jaar; huurders met een belastbaar huishoudinkomen van € 55.113,- of meer (prijspeil 2020, jaarlijkse indexatie CPI) deze bewoners worden wel begeleid door de woningcorporatie bij het zoeken naar vervangende woonruimte in de vrije sector; en inwonenden (zij kunnen blijven inwonen in de nieuwe woonruimte van het huishouden dat in aanmerking komt voor stadsvernieuwingsurgentie).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel