Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 4.

Kwaliteitseisen aan de toestand van het gebouw

Onderdeel van Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Dit komt erop neer dat de woningen en gebouwen moeten voldoen aan de eisen die golden op het moment van de oorspronkelijke bouw of de laatste grote verbouwing. Door autonome veroudering, bijvoorbeeld als gevolg van weersinvloeden of gebruik, kan het technisch kwaliteitsniveau in de loop der tijd afnemen. Dit mag zolang het op grond van het Bbl van toepassing zijnde bodemniveau voor een bestaand bouwwerk niet worden onderschreden. Op enkele onderdelen zijn kwaliteitseisen van toepassing die boven het bodemniveau van het Bbl uitgaan. Dit betreft hierna genoemde leden 1 tot en met 7. In het achtste lid is verwezen naar bepaalde kwaliteitseisen voor geluidswering die al vanuit het Bbl op nieuwbouwniveau zijn vereist. Asbesthoudende materialen Er mag geen gevaar voor de gezondheid ontstaan of blijven bestaan als gevolg van schadelijke concentraties asbestvezels. De aanvrager van de splitsingsvergunning dient voor alle woonruimten in het gebouw een asbestinventarisatie aan te leveren. Deze inventarisatie moet zijn uitgevoerd door een gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf. Indien van toepassing moet de inventarisatie worden aangevuld met de resultaten van een op de voorgeschreven wijze uitgevoerde eindmeting na asbestverwijdering. Uit deze documenten moet blijken dat er geen schadelijke concentraties asbestvezels (meer) vrij kunnen komen, zoals bedoeld in artikel 6.25 van het Bbl (concentratie asbestvezels). Elektriciteitsvoorziening De aanwezige voorziening voor elektriciteit dient veilig in gebruik te zijn. De elektrische installatie dient door middel van een keuringsrapport te zijn goedgekeurd door een erkend installatiebedrijf, dat is aangesloten bij een vakorganisatie. In het keuringsrapport dient te staan dat de installatie voldoet aan de eisen van NEN 1010. De adressen die zijn gekeurd, moeten duidelijk staan vermeld met de huisnummers en keuringsdatum. Het keuringsrapport moet gewaarmerkt en ondertekend zijn. Gasvoorziening De aanwezige voorziening voor gas dient veilig in gebruik te zijn. De installatie dient door middel van een keuringsrapport te zijn goedgekeurd door een erkend installatiebedrijf, dat is aangesloten bij een vakorganisatie. In het keuringsrapport dient te staan dat de installatie voldoet aan de eisen van NEN 1078. De adressen die zijn gekeurd, moeten duidelijk staan vermeld met de huisnummers en keuringsdatum. Het keuringsrapport moet gewaarmerkt en ondertekend zijn. Fundering Voor de fundering is kwaliteitsklasse II vereist, dat wil zeggen dat aannemelijk is dat de fundering binnen 25 jaar geen voorzieningen behoeft. Loden waterleidingen Loden waterleidingen worden buiten gebruik gesteld. Bescherming tegen muizen en ratten Een bestaand bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan. Constructieve veiligheid bij brand Paragraaf 3.2.2 Bbl (constructieve veiligheid bij brand) is van toepassing met dien verstande dat de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken van de bouwconstructie, indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 meter en niet hoger dan 13 meter boven meetniveau, ook 60 minuten moet zijn. Geluidswering tussen ruimten Bij het uitvoeren van onderhoud of het wegwerken van achterstallig onderhoud, mag het rechtens verkregen niveau van geluidswering tussen ruimten, zoals opgenomen in paragraaf § 4.3.4 BbL (Geluidwering tussen ruimten), niet worden onderschreden. Onder 'rechtens verkregen niveau' wordt het niveau verstaan dat is bereikt door de toepassing van de relevante technische voorschriften die op het moment van de bouw van toepassing waren. Dit niveau hoeft niet hoger te zijn dan het in het Bbl voorgeschreven nieuwbouwniveau. Indien in een te splitsen woning een nieuw plafond wordt aangebracht (bijvoorbeeld uit het oogpunt van brandveiligheid) mag het karakteristieke luchtdruk-geluidniveauverschil niet kleiner zijn dan 47 dB en het gewogen contact-geluidniveau niet groter dan 59 dB. Aanvullende eisen Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende eisen stellen, op de in eerste tot en met het achtste lid genoemde eisen, indien de aanvraag betrekking heeft op een gebouw met woningen in de categorie ‘complexgewijze aanpak’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel