De zes aanvullende rekenregels in deze paragraaf dienen ter vaststelling van de parkeereis. In bijlage 5 worden enkele rekenvoorbeelden gegeven.
Rekenregel 1: uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen: aanwezigheidspercentages
De parkeernormen zijn onderverdeeld in functies en geven per functie een indicatie van de omvang van het benodigde aantal parkeerplaatsen. In sommige gevallen, met name bij grote ontwikkelingen, vindt een combinatie van functies plaats. In dat geval kan gekeken worden naar de momenten in de week waarop per functie de parkeervraag zich voordoet. Omdat de parkeerbehoefte van een specifieke functie zich slechts op bepaalde momenten voordoet is dubbelgebruik met andere functies te realiseren, wat uit het oogpunt van kostenbesparing en optimaal gebruik van spaarzame ruimte voor alle partijen wenselijk is. Om dit dubbelgebruik te bepalen, zijn aanwezigheidspercentages nodig, zoals in bijlage 3 is uitgewerkt. Ook deze percentages komen van het CROW en kunnen als vertrekpunt worden toegepast in de parkeerbalans.
Door een parkeerbalans op te stellen, rekening houdende met aanwezigheidspercentages van de diverse functies, kan uiteindelijk een parkeereis worden bepaald. De aanwezigheidspercentages, die gebruikt worden voor het opstellen van de parkeerbalans, kunnen alleen worden toegepast wanneer de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende doelgroepen.
Opmerkingen:
Specifieke of lokale omstandigheden, bijvoorbeeld zondagsopenstellingen detailhandel, kunnen ertoe leiden dat de aanwezigheidspercentages voor specifieke projecten aangepast moeten worden.
Opmerking: In de praktijk blijkt dat dubbelgebruik onder vaste gebruikers moeilijk te organiseren is. Daarom wordt bij het bepalen van de parkeereis in eerste instantie niet uitgegaan van dubbelgebruik onder vaste gebruikers, maar wel onder bezoekers. Pas als de aanvrager kan aantonen dat maximaal dubbelgebruik in de praktijk reëel uitvoerbaar is, dan zal met het bepalen van de parkeereis hiermee rekening worden gehouden. Maximaal dubbelgebruik betekent bijvoorbeeld dat niemand de beschikking zal krijgen over een eigen parkeerplaats, maar dat alle plaatsen zwerfplekken zijn.
Ook komt het geregeld voor dat een bedrijf meerdere functies in zich herbergt. Zo heeft een tuincentrum ook wel eens horeca. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is de dominante functie bepalend. Alleen als de functies gelijkwaardig zijn, dan moet de parkeerbehoefte berekend worden naar evenredigheid van de functionaliteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een autodealer: de functies showroom en garage zijn vaak even sterk aanwezig.
De aanwezigheidspercentages bepalen het maatgevend moment van een functie: wat wil zeggen dat op deze momenten de aanwezigheid 100% is / er een piekbehoefte is.
Rekenregel 2: berekenwijze parkeervoorziening bij woningen
Bij woningen wordt niet elke parkeerplaats op eigen terrein altijd als zodanig gebruikt. In een toekomstige woonwijk met veel garages en (dubbele) opritten zijn bijvoorbeeld mogelijk in theorie voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk blijkt alleen vaak dat een groot gedeelte van het theoretisch aanbod niet wordt gebruikt en dat men auto's toch regelmatig op de openbare weg parkeert.
Het theoretisch aanbod van parkeercapaciteit op eigen terrein is dus niet altijd het aanbod in de praktijk. In onderstaande tabel staan daarom enkele reductiefactoren voor parkeervoorzieningen op eigen terrein, die daar rekening mee houden. Op deze manier telt in de berekening van de parkeerbehoefte een garage, oprit of carport niet als volwaardige parkeerplaats mee.
Parkeervoorzieningen
theoretischaantal
berekenings-aantal
opmerkingen
enkele oprit zonder garage
1
0,8
oprit minimaal 5 meter diep
lange oprit zonder garage / carport
2
1,0
oprit minimaal 11 meter diep
dubbele oprit zonder garage
2
1,7
oprit minimaal 4,5 meter breed
garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
garagebox (niet bij woning)
1
0,5
garage met enkele oprit
2
1,0
oprit minimaal 5 meter diep
garage met lange oprit
3
1,3
oprit minimaal 11 meter diep
garage met dubbele oprit
3
1,8
oprit minimaal 4,5 meter breed
Tabel 1: Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen bij woningen
Rekenregel 3: berekenwijze bij wijziging van gebruik en sloop/nieuwbouw
Bij verbouwplannen wordt op basis van de parkeernormen een parkeereis berekend. Als je een pand sloopt of een andere functie geeft, hoeft een ontwikkelaar niet altijd de volledige parkeernorm van de nieuwe functie te realiseren. Er is namelijk mogelijk sprake van een parkeerrecht van de bestaande (te vervallen) functie op de openbare weg.
Op basis van de huidige parkeernormen passen we daarom bij verbouwplannen de volgende rekensystematiek toe:
eerst wordt voor het maatgevend moment van de nieuwe functie uitgerekend wat de parkeerbehoefte is van de nieuwe functie over de week;
daar wordt vanaf getrokken de parkeerbehoefte op hetzelfde maatgevend moment van de oude functie5Indien niet duidelijk is wat de huidige of vroegere functie is, wordt aangesloten bij het omschreven gebruiksdoel uit de Basis Administratie Gemeenten (BAG), na aftrek van de plaatsen op eigen terrein;
de parkeereis wordt vervolgens op de standaard wijze bepaald aan de hand van de berekende verschillen.
Bij deze berekening wordt gebruik gemaakt van de huidige parkeernormen. Deze geven immers de beste inschatting van de werkelijke behoefte.
Rekenregel 4: berekenwijze bij uitbreiding van een bestaande functie
Als een winkel of horecavoorziening uitbreidt en dus dezelfde functie houdt, dan betekent twee keer zo groot nog niet tweemaal zoveel bezoekers. In de meeste gevallen zal er sprake zijn van enige demping. Er is een zekere reductiefactor van toepassing op de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen op basis van de parkeernorm. Deze reductiefactor is afhankelijk van de omvang van de uitbreiding en van de grootte van de huidige functie. Een uitleg over deze reductiefactor staat in bijlage 4.
Rekenregel 5: compensatie bij bebouwing parkeerplaatsen
Bij bouwinitiatieven op een bestaande gemeentelijke parkeervoorziening of waar bestaande parkeercapaciteit verloren gaat, moet compensatie plaatsvinden van het bestaand parkeerareaal. Compensatie van het verlies aan capaciteit moet zodanig binnen het project plaatsvinden dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving. Bovendien zullen de door de gemeente aangegane verplichten voor deze parkeervoorziening moeten worden gerespecteerd (ook financieel). In de regel vereist dit maatwerk en aanvullende afspraken tussen de vergunningaanvrager en de gemeente.
Bij gebiedsontwikkelingen en/of inbreilocaties is het denkbaar – zo niet onvermijdelijk – dat hierover (afwijkende) afspraken gemaakt worden. Uitgangspunt hierbij blijft dat er geen structureel nadelig effect op de parkeerdruk in de directe omgeving mag zijn.
Rekenregel 6: afronding
Afrondingen in de parkeereis vinden altijd plaats aan het eind van de berekeningen. Afronden vindt altijd naar boven plaats.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Rekenregels bepalen parkeereis
Onderdeel van Nota Parkeernormen en Afkoopregeling Parkeren 2024