Naar hoofdinhoud
De directeur, alsmede de medewerkers van de Omgevingsdienst aan wie overeenkomstig artikel 3, eerste lid, ondermandaat is gegeven, zijn gemachtigd om namens het college of de burgemeester de aan dit besluit en aan de gemandateerde bevoegdheden verbonden feitelijke (voorbereidings- en uitvoerings-) handelingen te verrichten, zijnde handelingen die geen rechtsgevolg hebben en die voor de uitoefening van deze bevoegdheden noodzakelijk zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel