Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Wet vereenvoudiging beslagvrije voet

Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Nunspeet 2024

Het college neemt conform artikel 4a lid 4 van de gewijzigde Wgs bij het opstellen van het plan van aanpak de beslagvrije voet zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in acht. De beslagvrije voet bedraagt altijd ten minste 5% van het totale netto-inkomsten uit arbeid of uitkering voor aflossing van schulden. Bij een lopende schuldbemiddeling vindt jaarlijks een heronderzoek plaats. Bij het heronderzoek krijgt de schuldhulpverlening te maken met de Wvbvv (Wet vereenvoudiging beslagvrije voet) en wordt de afloscapaciteit indien nodig aangepast naar ten minste 5%. Het college houdt vanaf 1 januari 2021 5% van het inkomen in op een door het college verstrekte uitkering aan een belanghebbende als er sprake is van een beslag. Het college reserveert maandelijks 5% voor vakantiegeld en kan kiezen om geen vakantiegeld uit te betalen aan belanghebbende, zodat het gereserveerde vakantiegeld kan wordt benut ter aflossing van de bestaande schulden. Beslagen en verrekeningen die zijn ontstaan voor 1 januari 2021 worden binnen 12 maanden herberekend conform de Wvbvv. De inhouding van 5% heeft slechts betrekking op situaties bij beslag en verrekeningen. Niet op situaties zoals het aflossen van een lening in het kader van het Bbz 2004.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel