Voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van de desbetreffende subsidiabele activiteiten, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
loonkosten inclusief overheadkosten;
de kosten van door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid inclusief overheadkosten;
bijdragen in natura in de vorm van door of namens de subsidieontvanger op geld te waarderen inbreng van producten of diensten, waar geen bonnen en betaalbewijzen voor beschikbaar zijn en die voldoen aan de criteria genoemd in artikel 67, eerste lid, van verordening 2021/1060;
afschrijvingskosten als bedoeld in artikel 67, tweede lid, van verordening 2021/1060;
andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.8