**1..** Voor de berekening van de subsidiabele kosten geven Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit één van de volgende berekeningswijzen aan:
de kosten worden berekend door in het geval van loonkosten en kosten eigen arbeid als bedoeld in artikel 1.8, onder a en b, het aantal aan het project bestede uren te vermenigvuldigen met:
voor eigen arbeid, een uurtarief van € 43;
voor loonkosten, een per medewerker bepaald individueel uurtarief, berekend overeenkomstig artikel 1.9a, tweede lid; en
het totaal van de berekende kosten te vermenigvuldigen met 0,4 voor de overige kosten; of
de kosten worden berekend door het aantal aan het project bestede uren te vermenigvuldigen met de volgende uurtarieven:
€ 54 voor de arbeidskosten van een projectmedewerker;
€ 60 voor de arbeidskosten van een landbouwer;
€ 95 voor de arbeidskosten van een adviseur;
€ 107 voor de arbeidskosten van een projectleider of expert.
**2..** Indien deelnemers aan een samenwerkingsverband de berekeningswijze als bedoeld in het eerste lid, onder a, toepassen, kunnen de overige kosten van een kennisinstelling die gebruik maakt van de integrale kostensystematiek niet worden toegerekend aan het project.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.9c