** 1. .** De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder a, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.
** 2. .** De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder b, bedraagt:
40% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2, onder a;
100% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b, die niet zijn gericht op het watersysteem;
70% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b, die zijn gericht op het watersysteem;
100% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder c, die niet alleen bijdragen aan waterkwantiteit;
70% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder c, die alleen bijdragen aan waterkwantiteit;
80% van de kosten voor kennisoverdrachtsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.6.2, onder d;
100% van de kosten voor voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling als bedoeld in artikel 2.6.2, onder e;
100% van de kosten voor het ontwikkelen of beproeven van innovaties als bedoeld in artikel 2.6.2, onder f;
100% van de kosten voor draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.6.2 onder g.
** 3. .** In afwijking van het tweede lid, onder h, bedraagt de subsidie 40% van de kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen indien deze deel uitmaken van het ontwikkelen of beproeven van innovaties als bedoeld in artikel 2.6.2, onder f.
** 4. .** De subsidie voor de som van de kosten bedoeld in het tweede lid, onder g of i, bedraagt maximaal 25% van de totale subsidie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 6
Artikel 2.6.9