Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels Eenmalige energietoeslag gemeente Asten 2023

1.. In dit besluit wordt verstaan onder: Wet: Participatiewet; College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten; Huishouden: een eenpersoons huishouden of een meerpersoons huishouden; Eenpersoons huishouden: een alleenstaande die een zelfstandige woning bewoont, waarop hij/zij alleen staat ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente Asten (BRP). Meerpersoons huishouden: meerdere personen die samen een zelfstandige woning bewonen, waarop ze staan ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente Asten (BRP) en die woonruimten met elkaar delen. Hoofdbewoner: de houder van het energiecontract voor de levering van energie op het adres waar de bewoner staat ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente Asten (BRP); Zelfstandige woning: de woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek; Bijstandsnorm: de norm als bedoeld in de Participatiewet, zonder toepassing van de kosten- delersnorm in artikel 19a en 22a van de wet en zonder vakantietoeslag. Voor de toepassing van deze regeling wordt de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder gesteld op 90% van de gehuwdennorm. Peildatum inkomen voor de ambtshalve toekenning: 1 oktober 2023. Referteperiode inkomen voor nieuwe aanvragen is de periode van 1-1-2023 t/m 31-12-2023, waarbinnen de aanvrager zelf de maand kan kiezen waarin zijn inkomen getoetst wordt, met uitzondering van de aanvrager uit de doelgroep van artikel 2, lid 6 van deze beleidsregels Laag inkomen: Een huishouden heeft een laag inkomen als het in aanmerking te nemen netto inkomen zonder vakantietoeslag van de hoofdbewoner, en bij een meerpersoons huishouden waar sprake is van een gezamenlijke huishouding het netto inkomen zonder vakantietoeslag van de gezamenlijke huishouding, in een maand naar keuze in de referteperiode niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm zonder vakantietoeslag. 2.. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel