**1..** In de volgende gevallen wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders:
- - wijzigingen van technische aard, inclusief de opbouw van het omgevingsplan;
- - wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving;
- - wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan;
- - het inpassen in het omgevingsplan van een omgevingsvergunning verleend onder de Omgevingswet (ex artikel 4.17 Omgevingswet), waarbij is afgeweken van het omgevingsplan, nadat deze omgevingsvergunning onherroepelijk in werking is getreden;
- - wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten (ex artikel 3.6, eerste lid onder a en b van de Wet ruimtelijke ordening) die in het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege zijn vermeld.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders brengt jaarlijks een overzicht van de besluiten, zoals genoemd in het eerste lid, ter kennis aan de gemeenteraad.
**3..** Onder de bevoegdheid tot vaststellen van delen van het omgevingsplan als bedoeld in het eerste lid wordt mede de weigering om een omgevingsplan te wijzigen verstaan.