Naar hoofdinhoud
1.. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen. 2.. Een zelfstandig huishouden heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Bij wisselende inkomsten wordt voor de bepaling van het inkomen uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de referteperiode en de 2 daaraan voorafgaande kalendermaanden. 3.. De aanvrager bewoont een zelfstandige woonruimte.

Rechtspraak bij dit artikel