Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening Precariobelasting 2008

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd; deuren, welke krachtens een wettelijk voorschrift naar buiten moeten openslaan; brievenbussen en telefooncellen; afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan [0,15] meter buiten de gevel uitsteken; wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen; buizen, (ge)leidingen, kabels of rails onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of –water. "voorwerpen" op of boven de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond indien sprake is van een stillegging van bouwwerkzaamheden door toedoen van de overheid of de rechter waarbij de stillegging te wijten is aan een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van de gemeente voor de duur van de stillegging van die bouwwerkaamheden, mits die toerekenbare tekortkoming als gevolg van een gerechtelijke procedure is aangetoond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel