De raad evalueert het functioneren van de rekenkamer iedere drie jaar. Bij de evaluatie toetst de raad aan de volgende criteria:
keuze van de onderzoeksonderwerpen en het onderzoeksplan;
kwaliteit van het onderzoek (zoals leereffecten voor raad en college);
communicatie en competenties van de directeur;
functioneren van de klankbordgroep;
hoogte van het beschikbare onderzoeksbudget.