De functionarissen genoemd in artikel 12 zijn bevoegd de werkzaamheden direct stil te leggen indien:
er gewerkt wordt zonder vergunning, instemmingsbesluit en/of voorafgaande melding, anders dan in het geval van spoedeisende werkzaamheden;
er gewerkt wordt in strijd met de instemmings-/vergunningsvoorwaarden;
er gewerkt wordt in strijd met de nadere regels opgenomen in het handboek ondergrondse infrastructuur;
aanwijzingen door het bevoegd gezag niet onverwijld worden opgevolgd;
(uitvoerend personeel van) de uitvoerder zich onbehoorlijk, kwetsend en/of overlast-gevend gedraagt;
onacceptabele verkeershinder en/of gevaarlijke situaties voor de omgeving ontstaat.
Artikel 13.
Bevoegdheden toezichthouders
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit ondergrondse infrastructuur Delft