Naar hoofdinhoud
1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Als het verzoek tenminste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daarop volgende raadsvergadering. 4. Over het onderwerp mogen niet al schriftelijke vragen zijn gesteld die nog (binnen de daarvoor gestelde termijn) beantwoord moeten worden. 5. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. 6. Doormiddel van een motie kan de interpellant om stemming van de raad vragen. Deze motie wordt volgens artikel 29 ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel