Aan de Havenveiligheidsfunctionaris wordt mandaat respectievelijk machtiging verleend om te beslissen respectievelijk handelingen te verrichten omtrent:
de uitvoering van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 4 van de wet;
de coördinatie van havenveiligheidsmaatregelen en maatregelen als bedoeld in artikel 4d van de wet;
het in acht nemen van algemene en bijzondere aanwijzingen bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet;
het verschaffen van inlichtingen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;
het doen van een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;
het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 8 van de wet;
het verlenen van een ontheffing of een instemming met een gelijkwaardige beveiligingsregeling als bedoeld in artikel 10 van de wet;
het uitvoeren van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 11 a van de wet;
het uitvoeren van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 11 b van de wet;