A Startsubsidie
Vaststelling van de startsubsidie vindt ambtshalve plaats binnen 13 weken nadat de bij de verleningsbeschikking verplichte inlichtingen zijn verstrekt doch in ieder geval binnen 13 weken nadat de termijn van een jaar na de beschikking tot subsidieverlening is verstreken.
B Uitvoeringssubsidie
Een aanvraag tot vaststelling van de uitvoeringssubsidie vindt plaats door het indienen van een door het college vastgesteld aanvraagformulier binnen de in de Asv genoemde termijnen. De eindverantwoording en vaststelling van de uitvoeringssubsidie vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in de desbetreffende artikelen van de Asv en de Awb.
In afwijking van het bepaalde in lid 2 dient de subsidieontvanger, in afwijking van artikel 15 lid 1 van de Asv, bij uitvoeringssubsidies van € 50.000,-- en hoger een aanvraag tot vaststelling in te dienen door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier binnen 13 weken na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend.
In aanvulling op de verantwoordingseisen zoals opgenomen in de Asv en de Awb verstrekt de subsidieontvanger met een aanvraag tot vaststelling van de uitvoeringssubsidie de volgende gegevens:
Peuters in de leeftijd van 2 tot 2,5 jaar:
per locatie en per maand het aantal reguliere- en doelgroeppeuters inclusief contractueel afgenomen uren (alleen voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag).
Peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar:
per locatie en per maand het aantal reguliere peuters (waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag) en doelgroeppeuters (uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag) inclusief contractueel afgenomen uren.
Doelgroeppeuters in de leeftijd van 4 tot maximaal 4 jaar en 3 maanden:
per locatie en per maand het aantal doelgroeppeuters inclusief contractueel afgenomen uren, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag.
Voor de te verstrekken gegevens, genoemd in lid 4, kan verwezen worden naar de uitkomsten van de Peutermonitor.
In aanvulling op leden 2, 3 en 4 geldt voor uitvoeringssubsidies dat het college bij de houder nadere gegevens kan opvragen om de rechtmatigheid van de subsidie te controleren. De houder is verplicht het college desgewenst daartoe inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:
inkomensverklaringen of andere bewijzen met betrekking tot wijziging van de hoogte van het gezinsinkomen;
verklaringen Geen recht op kinderopvangtoeslag van ouders;
plaatsingsovereenkomsten van peuters waaruit aantal uren, type kindplaats, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken;
VE-indicaties, afgegeven door het consultatiebureau, voor plaatsing van doelgroeppeuters;
documenten naar aanleiding van een aanvraag tot wijziging van de ouderbijdrage;
overige meldingen in wijziging in de inkomens- of gezinssituatie.
Bij uitvoeringssubsidies tot en met € 10.000,-- vindt, in afwijking van de leden 2, 3, 4 en 6 de wijze van verstrekken en eindverantwoording, alsmede de vaststelling, plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 van de Asv en de Awb.
De vaststelling van de subsidie vindt plaats met toepassing van artikel 7.
C. Subsidie inzet pedagogisch beleidsmedewerker
Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie inzet pedagogisch beleidsmedewerker van meer dan € 10.000,-- doch ten hoogste € 50.000,-- wordt ingediend overeenkomstig het bepaalde in lid 2 van dit artikel. Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie inzet pedagogisch beleidsmedewerker van € 50.000,-- en meer wordt ingediend overeenkomstig het bepaalde in lid 3 van dit artikel. De aanvraag tot vaststelling bevat een verantwoording over het aantal doelgroeppeuters, volgens de Peutermonitor, op peildatum 1 januari van het betreffende kalenderjaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft. Dit overzicht dient als basis voor de definitieve afrekening van de financiering van de pedagogisch beleidsmedewerker.
Bij subsidies inzet pedagogisch beleidsmedewerker tot en met € 10.000,-- vindt, in afwijking van lid 9, de wijze van verstrekken en eindverantwoording, alsmede de vaststelling, plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 van de Asv en de Awb.
Artikel 13.
(Aanvraag) vaststelling en verantwoording van de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Altena 2024 met inbegrip van de daarbij behorende bijlage 1