Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.5

Artikel 4.5.4

Doorschuiven van de archeologische onderzoeksplicht

Onderdeel van Beleidsnota Erfgoed: archeologie, gebouwd erfgoed en historisch landschap Gemeente Nuenen 2023-2029

Wanneer een bestemmingsplan toekomstige ontwikkelingen mogelijk maakt, zal veelal een waarderend archeologisch onderzoek (bijvoorbeeld proefsleuven) plaats moeten vinden om zeker te zijn dat de bestemmingen concreet haalbaar en wenselijk zijn. Dit om financiële lasten voor de gebruiker zoveel mogelijk voorzienbaar en vermijdbaar te maken. Voordat concrete bestemmingen aan een locatie toegewezen kunnen worden zal moeten blijken of deze, ook vanuit archeologisch oogpunt, haalbaar zijn. Hierdoor worden financiële lasten bij werkzaamheden zoveel mogelijk voorzien en vermeden. Ook maakt dit het mogelijk om door middel van een vergunningenstelsel voorwaarden in het plan op te nemen die de bescherming van archeologische waarden kunnen waarborgen, wat soms een verzwaring van de ondergrens in oppervlakte en diepte betekent. In de praktijk komt het echter vaak voor dat het waarderende proefsleuvenonderzoek pas plaats vindt na vaststelling van het bestemmingsplan, wat gevolgen kan hebben, bijvoorbeeld omdat het plangebied nog niet toegankelijk is voor een proefsleuvenonderzoek. Als er dan bij het waarderende proefsleuvenonderzoek een waardevolle vindplaats wordt aangetroffen en de oppervlaktegrens blijft bijvoorbeeld staan op de eerder van de gemeentelijke verwachtingen- en waardenkaart overgenomen 250 m2, dan kan er vervolgens bij de aanvraag van de bouwvergunning geen archeologisch onderzoek meer worden afgedwongen omdat de bouw van een huis meestal niet boven de 250 m2 komt. Als er dan archeologische waarden tevoorschijn komen, is niet de vergunning vrager verantwoordelijk, maar is de gemeente aan zet en draait op voor de kosten van archeologisch onderzoek. Om dit te voorkomen zal bij het doorschuiven van het waarderend archeologisch onderzoek naar de aanvraag van een bouw- of aanlegvergunning, in het vast te stellen nieuwe bestemmingsplan altijd de stringentere oppervlaktemaat van 100 m2 als ondergrens voor archeologisch onderzoek aangehouden moeten worden, ongeacht de ondergrens zoals aangeduid op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart. In het Dommeldal onder Nederwetten zijn de afgelopen honderd jaar vele Romeinse muntvondsten gedaan, die wijzen op de aanwezigheid van een heiligdom of cultusplaats (foto D. Vlasblom, Erfgoedhuis gemeente Eindhoven).

Rechtspraak bij dit artikel