Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Benoeming

Onderdeel van Verordening Utrechts Ombudsloket

1.. De raad benoemt de (plaatsvervangend) voorzitter op voorstel van het dagelijks bestuur. De selectiecommissie doet een voorstel aan het dagelijks bestuur. 2.. De selectiecommissie bestaat uit de leden van de CPR, bijgestaan door de griffier van de raad. 3.. Benoeming vindt plaats voor een periode van zes jaar, waarna de mogelijkheid bestaat van een eenmalige herbenoeming voor eenzelfde periode. 4.. De voorzitter stelt in overleg met de plaatsvervangend voorzitter een rooster van aftreden vast zodat wordt voorkomen dat beiden gelijktijdig aftreden. 5.. Het dagelijks bestuur doet bij het voorstel een verklaring van elke kandidaat met: de mededeling dat hij de benoeming als (plaatsvervangend) voorzitter zal aanvaarden; een overzicht van de (openbare) hoofd- en nevenfuncties die hij bekleedt; een verklaring om in voorkomende gevallen ook naderhand per omgaande het overzicht van hoofd- en nevenfuncties te actualiseren door dit te melden aan de griffier van de raad en te vermelden op de website van het Utrechts Ombudsloket; 6.. Het dagelijks bestuur doet bij het voorstel tevens: een Verklaring Omtrent het Gedrag; een positief bevonden achtergrondonderzoek. 7.. Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt de (plaatsvervangend) voorzitter in de vergadering van de raad- de eed (verklaring en belofte) af.

Rechtspraak bij dit artikel