**1..** Leden van de rekenkamer ontvangen maandelijks een vergoeding voor hun werkzaamheden en een onkostenvergoeding. Voor de voorzitter bedragen de vergoeding en de onkostenvergoeding 80% van de maximale vergoeding en onkostenvergoeding die leden van de raad ontvangen ingevolge artikel 3.1.1 respectievelijk artikel 3.1.6 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
**2..** Voor de leden die geen voorzitter zijn bedragen de maandelijkse vergoeding en de onkostenvergoeding 40% van de maximale vergoeding en onkostenvergoeding die leden van de raad ontvangen ingevolge artikel 3.1.1 respectievelijk artikel 3.1.6 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
**3..** De artikelen 3.1.7 (reiskostenvergoeding), 3.1.10 (ziektekostenverzekering), 3.1.11 (samenloop met arbeidsongeschiktheidsuitkering), 3.1.13 (vergoeding bij verlof), 3.3.1 (bewaken en beveiligen), 3.3.2 (informatie- en communicatievoorzieningen), 3.3.3 (scholing), 3.3.4 (beroepsvereniging), 3.3.5 (bedrijfsgeneeskundige zorg), 3.3.6 (voorzieningen in verband met beroepsziekte of dienstongeval), 3.3.7 (voorzieningen in verband met een structureel functionele beperking) en 3.3.8 (eindheffingsbestanddelen) van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer, alsmede de met deze bepalingen samenhangende bepalingen uit de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.
**4..** De artikelen 5 (verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden), 6 (informatie- en communicatievoorzieningen), 7 (werkkostenregeling) en 8 (betaling en declaratie) van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Utrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer.