De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de onderzoeksopzet in het door haar vastgestelde reglement van orde.
De rekenkamer kan de verzoeker tot het verrichten van een onderzoek tussentijds informeren over de voortgang van een onderzoek.
De rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, kenbaar te maken of er feitelijke onjuistheden in het concept-rapport staan. Betrokkenen zijn in elk geval degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. Voor de bestuurlijke reactie wordt een termijn van vier weken gehanteerd.
Na vaststelling door de rekenkamer worden het onderzoeksrapport, de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college van burgemeester en wethouders en betrokkenen aan de gemeenteraad aangeboden.
Overeenkomstig artikel 185a van de Gemeentewet zendt het college de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.
De gemeenteraad stelt in openbaarheid de onderzoeksresultaten en de conclusies en aanbevelingen vast. Hieraan gaat vooraf een behandeling in de betreffende raadscommissie.
HOOFDSTUK 3
Artikel 13.
Uitvoering van het onderzoek en rapportage
Onderdeel van VERORDENING GEMEENTELIJKE REKENKAMER MIDDEN-GRONINGEN 2023