Naar hoofdinhoud
Voor de vaststelling van het ontstaan van een recht op te vergoeden kosten die door belanghebbende zijn gemaakt kan een bewijs van gemaakte kosten worden verlangd, bestaande uit een factuur ter zake van verrichtte werkzaamheden van een door hem of namens hem ingeschakelde deskundige. De wet en/of de aard van de vordering tot betaling van de (proceskosten)vergoeding verzet zich tegen de overdraagbaarheid van deze vordering (art. 3:83 lid 1 BW). Voor zover nog vereist, wordt de overdraagbaarheid van de vordering tot betaling van de (proceskosten)vergoeding uitgesloten in de zin van art. 3:83 lid 2 BW op basis van deze beleidsregel. De belastingschuldige blijft dus te allen tijde de rechthebbende van de vordering tot betaling van de proceskostenvergoeding. In eerste instantie wordt de vergoeding verrekend met openstaande aanslagen. Indien er geen bedrag open staat of indien de vergoeding hoger is dan een verschuldigd belastingbedrag, wordt de vergoeding aan de belastingschuldige uitbetaald. Uitbetaling aan belastingschuldige vindt alsdan plaats op een ten name van hem aangewezen bankrekeningnummer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel